Keuzevrijheid bij kiezen mediator

 

(leestijd: 2 minuten)

Inleiding

In deze blog vertel ik je graag over een vrouw in een arbeidsconflict, die graag zelf invloed had op de keuze van de mediator. En zich geen mediator wilde laten opdringen. En hoe zij gelijk kreeg van de rechter.

Een prettige mediator

Natuurlijk, je wilt een mediator bij wie je het prettig praten vindt. Bij wie je je op je gemak voelt. Zelfs begrepen en gehoord, al gaat het daar niet in de eerste plaats om bij het mediaten, want je praat (en onderhandelt) toch vooral met je ‘tegenpartij’ en niet met de mediator. Maar een mediator die jou begrijpt, zal de juiste vragen stellen om het gesprek optimaal te laten verlopen.
En daarom is het van belang dat beide partijen zich goed voelen bij de mediator.

Inspanningsverplichting

Een mediator zal aan het begin van het eerste gesprek ook altijd aan beide partijen vragen of ze bereid zijn zich in te spannen om resultaten te behalen en om afspraken te maken. Dat is de zogenaamde inspanningsverplichting. Als één van de partijen de mediator niet accepteert, kun je geen optimaal positieve houding verwachten en zal de inspanningsverplichting daaronder lijden. Soms zal die partij de inspanningsverplichting zelfs helemaal niet op zich wensen te nemen en zal de mediator noodgedwongen de mediation afbreken, omdat doorgaan in zo’n situatie geen enkele zin heeft.
Ook in dat licht is het daarom logisch dat beide partijen vooraf akkoord moeten zijn met de keuze voor de mediator die de mediation leidt.

Wie kiest de mediator

Tja, dat maakt eigenlijk helemaal niet uit. Als beide partijen zich uiteindelijk maar goed kunnen voelen bij de mediator voor wie is gekozen. Overigens zal er in de praktijk meestal wel enige vorm van overleg zijn, voordat een keuze wordt gemaakt.

Opgedrongen

Maar wat als de ene partij zich een mediator opgedrongen voelt door de andere partij? Nou, meestal werkt dat gewoon niet, gezien het bovenstaande. En soms moet er een rechter aan te pas komen, om daarin een oplossing te forceren. Gezien ook de uitspraak van 30 september 2016 (gepubliceerd 15 augustus 2017) in een zaak van een werkneemster tegen haar werkgever inzake de keuze van de mediator. Het betreft zaak ECLI:NL:RBMNE:2016:7760 die ik hieronder zal behandelen:

De zaak

De zaak betreft een werkneemster, die ziek was. Haar loon werd doorbetaald.
Daarbij mag de werkgever van de werkneemster verwachten dat zij in redelijkheid meewerkt aan pogingen zo snel mogelijk weer passend werk te kunnen gaan doen.

In deze zaak stelt de bedrijfsarts een arbeidsconflict vast en stelt externe mediation voor.
De werkneemster stelt voor om drie mediators voor te dragen, waaruit de werkgever dan mag kiezen.
De werkgever echter negeert het voorstel en wil als mediator de eigen HR-manager inzetten.
De werkneemster gaat niet akkoord.
De werkgever wil dan een mediator laten kiezen door het bureau dat deze werkgever altijd inzet om zieke werknemers te laten begeleiden.
De werkneemster wenst niet mee te werken als de mediator door de werkgever wordt gekozen.
Daarop besluit de werkgever de loonbetalingen stop te zetten en begint werkneemster een rechtszaak.

En de vraag is…

De vraag waarover de rechter zich boog was uiteindelijk, of het ‘redelijk’ is dat de werkneemster weigert mee te werken aan een mediation met een mediator die ze niet wil. Immers, een redelijke medewerking mag van de werkneemster worden verwacht in ruil voor haar rechten zoals doorbetaling van loon bij ziekte.

De rechter spreekt

Omdat de bedrijfsarts externe mediation voorstelde, valt de HR-manager als interne partij direct af.
Ook de externe mediator – die eenzijdig door de werkgever werd gekozen – valt af, zo stelde de rechter, omdat de werkneemster die keuze niet steunt.
De werkneemster heeft terecht medewerking geweigerd en is daarmee niet onredelijk geweest.
De werkgever moet alsnog loon betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten.

Conclusie

Er dient keuze te zijn. Keuze voor beide partijen. Keuze uit onafhankelijke mediators. Daarmee wordt tijd en geld en negatieve energie bespaard, zo kan worden geconcludeerd uit dit vonnis.
Gebruikelijk is daarbij dat de werkgever een drietal MfN-mediators voordraagt, waaruit de werknemer er één kiest. En andersom of een andere variant mag natuurlijk ook, als beide partijen het maar eens worden.

Een opgedrongen mediator hoeft in ieder geval niemand na deze gerechterlijke uitspraak ooit nog te accepteren.